Lesson 1 - vocabulary

Vul de ontbrekende woorden in, in het Engels.

Schrijf de woorden tussen haakjes in het Engels. Klik op het vraagteken om de eerste letter te zien. Let op de juiste spelling! Klik op 'controleer' om je antwoorden na te kijken.
- ! (Hallo)
- My is Carol. (naam)
- My is Murphy. (familienaam)
- I in Ireland. (woon)
- I am . (getrouwd)
- My is Patrick. (echtgenoot)
- We work in Dublin. (beide)
- My husband is a . (leraar)
- I work in a . (winkel)
- We have three : (kinderen)
- two sons and one . (dochter)
- We also have a and a . (hond / kat)
- I have brown . (ogen)
- My is black. (haar)
- I dancing and watching TV. (hou van, graag doen)
- My number is 0123456789. (telefoon)
- And you, what's name? (jouw)